Keigo: met twee woorden spreken op zijn Japans

Keigo: met twee woorden spreken op zijn Japans

Martijn: Laten we het eens hebben over keigo 敬語, oftewel beleefd taalgebruik in het Japans. De overdreven beleefde zakenman is voor de meeste mensen een bekend symbool van het Japanse zakenleven. Men weet echter misschien niet in hoeverre de Japanse taal is doorweven met beleefdheidsvormen. Het beleefde taalgebruik noemt men keigo. Het woord keigo is samengesteld uit het karakter kei 敬 dat ‘respect’ betekent, en het karakter go 語, dat staat voor ‘woord’ of ‘taal’. Kort gezegd betekent het spreken van keigo dat je nette taal hanteert. Keigo gaat echter veel verder dan het gebruik van deftige woorden en een onderscheid tussen jij en u zoals we dat in het Nederlands kennen.

Een beleefde basis

Milan: Wat meteen opvalt aan keigo, is dat het expliciet zichtbaar is in de taal; in zowel de woordkeuze als in de grammatica. Keigo kent eigenlijk twee dimensies. De eerste dimensie zou je ‘basisbeleefdheid’ kunnen noemen. Het gaat er daarbij met name om hoe formeel de setting is.

Martijn: Een belangrijk verschil met het Nederlands is dat deze beleefde manier van spreken de norm is in Japan. Vrienden onderling zullen wellicht net zo plat Osakaans spreken als de echte Leienaren het Leids bezigen, maar in de regel spreek je beleefd Japans tegen mensen die je voor het eerst ontmoet.

Milan: Deze basisbeleefdheid zie je met name terug in de vervoegingen van de werkwoorden in een zin. Als je informeel (bijvoorbeeld tegen vrienden) wil zeggen dat je ergens naartoe gaat, zeg je iku, terwijl de vorm ikimasu een stuk formeler is. Door achter het werkwoord -masu te plakken, krijg je de formele vorm. Deze strategie is toe te passen op alle werkwoorden en kan met recht een deel van de grammatica genoemd worden.

Martijn: Deze zogenaamde masu-vorm van beleefdheid vormt de basis van het beleefde taalgebruik. Anders dan in het Nederlands is dat deze basisvorm van beleefdheid in veel situaties de standaard manier van spreken is. Mensen die ouder zijn dan jezelf spreek je eigenlijk altijd beleefd aan, zelfs al bedraagt het leeftijdsverschil slechts één jaar. De vuistregel is: spreek beleefd, totdat het duidelijk wordt dat je gesprekspartner dit niet nodig acht. In een zakelijke setting zal dit moment nooit komen. In de kleine uurtjes kunnen onder het genot van een drankje wellicht persoonlijke aangelegenheden worden besproken, zo lang men er maar aan denkt om de juiste vorm van beleefdheid te hanteren.

Persoonsgerichte beleefdheid

Milan: Het wordt ingewikkelder als we het over ‘persoonsgerichte beleefdheid’ hebben. Deze dimensie van keigo heeft er alles mee te maken hoe je jezelf positioneert ten opzichte van de persoon over wie je het hebt. Als je bijvoorbeeld het werkwoord voor ‘gaan’ (iku) wil gebruiken om daarmee een handeling van je baas te benoemen, gebruik je niet iku, noch het formele ikimasu, maar een totaal ander werkwoord met een erende lading, namelijk irassharu. Dit woord betekent net zo goed ‘gaan’, maar benadrukt de hiërarchische relatie tussen beide partijen. Dit wordt ‘erend taalgebruik’ genoemd. Voor jezelf zou je dan weer mairu gebruiken, hetgeen een nederige manier is om ‘gaan’ te zeggen; het is immers niet de bedoeling dat je met erende werkwoorden over jezelf gaat praten! Naast het gebruik van werkwoorden kent het Japanse ook nog allerlei manieren om ‘jij’ (kimi, omae) of ‘u’ (anata) te zeggen, en ook een reeks woorden voor ‘ik’ (uchi, ore, boku, watashi, watakushi…), allemaal met een andere sociale lading.

persoonlijk voornaamwoorden

Martijn: Het wordt nog lastiger, omdat men naast een heel ander vocabulaire rekening moet houden met verschillende onderlinge relaties. Als ik bijvoorbeeld als eenvoudige werknemer van Iki Corporation naar een evenzo gerenommeerde Japanse firma zou bellen om te vertellen dat mijn directeur, dhr. Van Berlo, morgen op de koffie komt, moet ik de volgende punten in acht nemen:

  • Erende werkwoorden gebruik ik enkel voor mijn gesprekspartner en iedereen binnen zijn/haar bedrijf, omdat zij niet horen bij de groep die ik vertegenwoordig;
  • Directeur Van Berlo behoort in deze context tot mijn eigen groep, dus noem ik hem bij zijn titel, maar gebruik ik voor hem geen erende werkwoorden;
  • Ik moet beleefd en nederig spreken over mezelf en over directeur Van Berlo. Ik spreek erend over mijn gesprekspartner.

Na het telefoongesprek moet ik wel opletten dat als ik vervolgens op audiëntie kom bij mijnheer Van Berlo, ik hem niet bejegen met nederige werkwoorden. Er is niemand van buiten onze groep aanwezig, dus hier dien ik mij weer te kwijten van erend taalgebruik. Het vergt oefening om dit alles feilloos toe te kunnen passen, ook voor Japanners. In Japan worden zelfs cursussen keigo gehouden, speciaal voor studenten die binnenkort de arbeidsmarkt betreden, zodat ze zeker weten dat ze zich tijdens hun sollicitatiegesprekken niet verspreken.

 werkwoorden

Milan: In Japan worden de groepen die Martijn noemt vaak geassocieerd met de concepten uchi ‘binnen’ en soto ‘buiten’. Hoe je iemand aanspreekt heeft te maken met diens positie ten opzichte van jou, maar ook ten opzichte van de groep waar je bij hoort. Deze groep kan van alles zijn: je familie, je bedrijf, de bedrijfsafdeling waar je werkt. Als ik tegen een klant zeg dat Martijn onderweg is, gebruik ik het nederige mairu, omdat Martijn bij mijn groep hoort. Als ik aan diezelfde klant vraag wanneer hij/zij zal komen, gebruik ik altijd het erende irassharu.

Dit doet zich al eeuwen voor. De oudste geschreven bronnen die we van het Japans hebben komen uit de vroege achtste eeuw, en hierin zijn ook al allerlei beleefdheidsvormen te vinden. Ook het beroemde Verhaal van Genji, dat omstreeks het jaar 1000 werd geschreven, zou een stuk korter geweest zijn als er niet zo veel erend taalgebruik in hadden gezeten.

Een extra laagje beschaafdheid?

Martijn: Door de complexiteit van keigo lijken Japanners wellicht een behoorlijk beleefd volk. Het valt ook niet te ontkennen dat er sprake is van een vrij expliciete hiërarchische organisatie binnen de Japanse samenleving, hetgeen weer tot uiting komt in de taal.

Echter, hoe perfect het gebruik van iemands keigo ook mag zijn, het zegt niet direct iets over wat er in zijn hoofd omgaat. Het zal niet mogen verbazen dat een Japanner net zo goed schone schijn kan spelen in een situatie waarin hij of zij de ander juist een draai om de oren zou willen geven. Daarbij komt dat beleefde taal niet alleen voor beleefdheid gebruikt kan worden: het kan ook afstand creëren. Als Taro met zijn vriendinnetje Hanako een gezellig weekends onderonsje heeft afgesproken, maar vervolgens drie kwartier te laat komt opdagen, weet hij dat er iets te lijmen valt als zij hem opeens kil in keigo aanspreekt.

Milan: Het aardige is dat de Japanners eigenlijk al zo lang we weten gebruik maken van zeer expliciet beleefd taalgebruik. Het systeem zoals het er nu is heeft natuurlijk niet altijd bestaan, en er werden vroeger dan ook andere woorden en constructies gebruikt. Zo werd er vaak tamafu achter werkwoorden geplakt, of gebruikte men het woord sooroo. Beide zijn inmiddels in onbruik geraakt. Het is echter niet duidelijk wanneer het fenomeen erend taalgebruik zijn intrede heeft gedaan. In de oudste Japanse geschreven bronnen vinden we namelijk dat er al volop gebruik van werd gemaakt.

Al met al is keigo dus een complex aspect van de taal. We mogen echter niet vergeten dat we hieruit alleen kunnen concluderen dat moedertaalsprekers van het Japans in hun taalgebruik beleefdheid een expliciete rol laten spelen. Stellen dat Japanners vanwege beleefd taalgebruik daarom ook beschaafder zijn, is een non sequitur. Een beleefd systeem, dat zeker, maar wel gebruikt door gewone mensen.

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *